Volledige tekst van de inspreekbeurt van de Burgemeester van Putten tijdens de Commisievergadering Verkeer van de Provincie op woensdag 13 september 2006

Burgemeester van Putten, over de N303, omleiding Putten

Meneer de voorzitter, dames en heren, Zoals ik uw secretaris al had aangegeven had ik niet de primaire behoefte om in te spreken. Immers in uw vergadering van maart j.l. heb ik het standpunt van de gemeente Putten luid en duidelijk verwoord. Ik heb toen voor eigen rekening als mijn opvatting gegeven dat het mij zeer zou verbazen wanneer de gemeenteraad van Putten niet bij zijn opvatting zou blijven dat de aanleg van de N303 de verkeersveiligheid in de kom van het dorp aanzienlijk zal verbeteren. Welnu, mijn inschatting blijkt juist te zijn geweest; een zeer ruime meerderheid van de gemeenteraad heeft in de raadsvergadering van juli jl. het belang onderstreept van een snelle aanleg van de N303. En als we nog steeds de juistheid omarmen van de gemeenteraad of provinciale staten als volksvertegenwoordiging en als representerende democratie dan is daarmee in staatsrechtelijke zin aangegeven wie bevoegd zijn over de N303 de publieke opvattingen weer te geven. Waarbij ik uiteraard iedereen het recht laat houden een eigen mening te hebben.

De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen. En dan wordt de weg ineens de das om gedaan. Voorzitter ik zeg dat met opzet zo. Daarmee suggereer ik niet wat er in de media is geuit over dassen die mogelijk gelokt zouden zijn. Ik ben te zeer aanhanger van het fair play beginsel om anderen daarvan te willen beschuldigen. Maar ik stel wel een paar dingen vast. In de eerste plaats heb ik nog niemand gesproken die op de bewuste plaats een aantal dassen heeft gezien dat basis zou kunnen vormen voor de stelling dat er een dassenburcht is van een zodanig belang dat daarvoor de aanleg van de weg moet wijken. In de tweede plaats heeft de Stichting Das & Boom ons over deze dassenburcht niet benaderd terwijl ze er meestal als de kippen bij zijn daarvoor de aandacht te vragen. Maar misschien nog wel het belangrijkste is, dat de voor de aanwezigheid van landbouwgewassen zo karakteristieke vernielingen letterlijk in geen velden of wegen te vinden zijn. Boeren die een maïsveld op soms meer dan een kilometer afstand hebben weten precies wat ik met aanzienlijke gewasschade bedoel. De maïspercelen die op enkele honderden meters van deze zo geheten burcht liggen vertonen echter geen sporen van de das; de tussenliggende weilanden al evenmin.

Maar voorzitter ik loop vooruit op het onderzoek dat de gedeputeerde laat instellen en als niet- deskundige moet ik dat eigenlijk niet doen. Het enige wat ik wil aangegeven is dat het te onderzoeken object zo gering is dat zoiets toch wel binnen een aantal weken moet kunnen plaats hebben. Dan kunnende staten nog dit jaar een beslissing nemen.

En wat betreft het onderzoek; ik ken het niet. Maar als ik afga op de media dan vraag ik mij af of de goeie vragen gesteld zijn. Met de verkeersveiligheid in het centrum heeft het niets te maken. Iedere Puttenaar zal weten dat de Voorthuizerstraat en de Harderwijkerstraat weliswaar druk bewoonde straten in de kom van het dorp zijn maar niet in het centrum. Tot slot de representativiteit van die enquete. Hij zal ongetwijfeld wetenschappelijk verantwoord zijn uitgevoerd; het is alleen wel vreemd dat niet alleen in mijn vrienden- en kennissenkring niemand is geenqueteerd maar, voor zo ver ik in een eigen enquete heb kunnen nagaan, ook bij de meer dan 100 ambtenaren ten gemeentehuize niemand in de prijzen is gevallen. Maar voorzitter daarmee hoeft het nog niet per definitie een slechte enquete te zijn. Het zal toeval zijn.

Ik keer terug naar mijn hoofdstelling: Laten we maximale voortvarend betracht met de N303 omdat die weg zo verschrikkelijk hard nodig is. De oproep van mevrouw van Haaren voor het veiliger maken van de wegen en straten is ons dan ook uit het hart gegrepen. Vele honderden, zoniet 1 à 2 duizend fietsers maken dagelijkes gebruik van deze gevaarlijke weg en dat is onaanvaardbaar voor ons.