Putten paradijsje voor eigenzinnige das. Verslag van de dasseninformatieavond.

Putten is in trek bij dassen. De dieren houden de gemoederen de laatste tijd behoorlijk bezig. Want hun woonverblijven bevinden zich precies op de plek waar de wegomlegging van de N303 was gedacht. Maar daar zullen de eigenzinnige nachtdieren zelf geen enkel benul van hebben. De dassen is het vooral te doen om een smakelijk maaltje regenwormen, zo vertelden Chris Achterberg van de zoogdierenvereniging VZZ en dassenexpert Johan Walsma tijdens een zeer druk bezochte bijeenkomst in de Aker gisteravond.

De bijeenkomst over het dassenleven, onder meer rond Putten, was opgezet door de Stichting voor Natuur- en Milieubescherming Putten. Het was de stichting gebleken dat er nogal wat misvattingen de ronde doen over de dieren. Zo is het volgens sommigen wel erg toevallig dat er onlangs een dassenburcht opdook in de buurt van het nieuwe wegtraject. Gevolg is dat het hele project in ieder geval een half jaar tot een jaar wordt uitgesteld. Hoewel de N303 nadrukkelijk niet op de agenda stond in de Aker, speelde de omstreden weg op de achtergrond natuurlijk een belangrijke rol. Maar de hoofdrol was gisteren toch echt voor de das.

Moeiteloos wisten dassendeskundigen Chris Achterberg en Johan Walsma het publiek bijna twee uur te boeien met wetenswaardigheden over dit intrigerende wezen. Dat, tot hun spijt, in de vorige eeuw in veel delen van het land is verdwenen. Maar in Putten hebben de dassen het prima naar de zin. Rondom het dorp leven er nu naar schatting een kleine veertig dassen in een stuk of twaalf hoofdburchten. Het exacte aantal is niet precies te geven. Dat hangt af van het feit er nog jongen bij hun ouders in de burchten wonen. Een ding is wel duidelijk: dassen zijn eigenzinnige dieren. Ze laten zich, hoe goedbedoeld ook, niets gelegen liggen aan mooie, kant-en-klaar door mensenhanden gegraven burchten. Hun beoogde nieuwe woonplek mag dan in mensenogen nog zo'n paradijselijk oord zijn, de dassen denken daar toch heel anders over. Er zijn in het verleden, toen de dassenpopulatie er dramatisch slecht voorstond, meerdere pogingen gedaan om dassen uit te zetten, aldus Walsma. Daarbij ging het om verweesde jongen die, na de nodige opvang door de stichting Das & Boom, weer hun geluk in het wild mochten beproeven.

Kunstburchten

In het begin is dat helemaal mislukt, weet hij. De dassen legden allemaal het loodje. 'Daarna zijn er kunstburchten gemaakt, waar de dieren in leefden en werden gevoerd. Na een paar maaanden konden ze dan, op eigen gelegenheid, naar buiten.' In Drenthe zijn er nog enkele burchten die op deze manier zijn 'bevolkt'. Maar vaker gebeurde het dat de dassen besloten dat het een paar honderd meter verderop net iets beter toeven was. En dan had je nog geluk, want even zoveel dieren redden het uiteindelijk niet. Walsma zei het niet hardop, maar uit zijn verhaal bleek wel dat het in wildeweg overbrengen van een paar dassen naar Putten om de aanleg van een weg te dwarsbomen, in de praktijk je reinste kolder is. Zo kun je de dieren ook eigenlijk niet verplaasten, vertelde hij. In het wild komen dergelijke 'verre kolonisaties', waarbij een mannetje én een vrouwtje zich samen een heel eind van hun geboorteplek vandaan vestigen, sporadisch voor. 'Heel soms slaagt zoiets.' Maar meestal gaat het onderweg mis. Datzelfde gebeurt als een das wordt neergepoot op een plek waar hij zich niet thuisvoelt. 'Dan gaat hij aan de wandel. In zo'n geval kan het dier wel vele tientallen kilometers gaan lopen.' In veel gevallen maakt een auto dan wel een vroegtijdig einde aan het avontuur, weet Walsma. Het is veel beter om de dieren zelf hun gebied te laten 'veroveren', aldus Walsma, door bijvoorbeeld een ecoduct aan te leggen. Wanneer de dieren dan besluiten dat hun geboortenest 'te vol' is kunnen ze op eigen houtje een paar kilometer verderop gaan wonen. Zo schuift het dassenfront in de loop van jaren steeds een paar kilometer op.

Lokken

Dassen blijk je trouwens wel te kunnen 'lokken'. Maar alleen in uitzonderlijke omstandigheden, weet Walsma. Enkel als de dieren niets anders wacht dan de hongerdood, kan wat mais of brood op 'mensenterritorium' ze verleiden. Dat gebeurt wel in Engeland, vertelde de dassenexpert, waar burchten soms helemaal ingebouwd zijn in woonwijken en het voor de dassen daardoor steeds moeilijker wordt hun kostje bij elkaar te scharrelen. Dat bestaat voor driekwart uit sappige regenwormen, lichtte Achterberg toe. Verder is de das niet zo heel erg kieskeurig. Er staan ook wel insecten, beukennootjes, slakken, muizen, vruchten en heel af en toe een fazanteneitje of jong konijntje op het menu. En een portie verse mais, afkomstig van het boerenland, laat de nachtbraker zeker niet aan zich voorbijgaan.

Heterdaad

Aan de graafputjes, de plekken waar de dieren op zoek zijn geweest naar insecten of wormen, kun je erachter komen dat er dassen in de buurt leven, aldus Achterberg. Want een das op heterdaad betrappen, overkomt niet zo erg veel mensen. Het roofdier is 's nachts actief en gaat daarbij vrij geruisloos, hooguit een beetje snorrend en snuffelend, te werk. Als bij het graafwerk, ook van de holen, ook nog pootafdrukken met daaraan grote, zware nagels te zien zijn, dan is de kans groot dat er sprake is van een dassenfamilie. Maar ook een vos maakt wel tijdelijk gebruik van een dassenbucht, net als konijnen. Dat maakt de familie das trouwens niet zo heel veel uit, die schikt gewoon even een tijdje in.

Vijand

De grootste vijand van dassen is... de auto. Die maakt de meeste slachtoffers onder de dassen. Want om aan voedsel te komen, moeten de dieren altijd wel ergens een weg oversteken. Er is een periode geweest dat er jaarlijks meer dassen werden doodgereden dan dat er werden geboren. Ondanks de dreiging van weer een barrière, in de vorm van de N303, heeft Putten het toch helemaal wat de dassen betreft. Afwisselend, agrarisch boerenlandschap, bemeste weilanden waar de koeien het gras kort houden. Want regenwormen vind je niet in hoog gras, aldus Achterberg, dus daar houdt de das niet van. Liefst ziet het dier ook nog een bosrand in de nabije omgeving. En als er daar dan ook nog ergens een rivier- of beekdaaltje is te vinden, is hij helemaal in zijn element. Te veel dassen zullen er niet gauw zijn, stellen Walsma en Achterberg. Vijftien dassen op een klein perceeltje zul je niet aantreffen. Dat is de das toch echt te druk. Hoe het ook zij, de dassen lijken in Putten hun paradijsje wel te hebben gevonden.

De das en zijn burcht_

De das is met een lengte van ongeveer één meter het grootste landroofdier van Nederland. Hij weegt gemiddeld twaalf kilo en kan zo'n 15 jaar oud worden. Dassen zijn stille, schuwe nachtdieren. Ze graven hun burcht onder de grond: een netwerk van gangen en kamers. Zo'n burcht kan uitgroeien tot een enorm holenstelsel. Trouw aan hun woonplaats staat bij dassen voorop. Opeenvolgende generaties bewonen gedurende duizenden jaren dezelfde burcht. Bij iedere burcht hoort een eigen woongebied. Behalve trouw aan hun burcht zijn dassen buitengewoon sociaal. In een burcht kunnen meerdere families samenwonen. In speciale kraamkamers werpen de wijfjes gemiddeld drie jongen per jaar. Dassen zijn alleseters. 's Nachts speuren dassen er naar regenwormen, kevers, muizen en kikkerdril, valfruit en maïs. Ze eten ook wilde planten, zoals de knolletjes van aronskelk en daslook.

In de eerste helft van deze eeuw is op grote schaal jacht gemaakt op Nederlandse dassen. De stand daalde van meer dan 12.000 in 1900 naar ongeveer 1200 in 1960. In 1947 is de das onder bescherming van de Jachtwet gebracht. In 1980 waren er in heel Nederland nog steeds maar 1200 dassen. Het groeiende autoverkeer zorgde voor steeds meer verkeerslachtoffers, en steeds meer leefgebied werd vernietigd. Op initiatief van Das&Boom heeft de rijksoverheid toen een beschermingsplan opgesteld om de das voor uitsterven te behoeden. Das&Boom houdt regelmatig een landelijke 'volkstelling' onder de dassen. Het aantal dassen wordt nu op 4000 geschat. Inmiddels liggen er ongeveer 600 dassentunnels in Nederland. Uit onderzoek van Das&Boom blijkt dat ongeveer de helft van deze tunnels niet of niet goed functioneert. Vaak is de oorzaak het slechte onderhoud van deze voorzieningen.

Auteur: Minke Schuthof

Bron : De Stentor dd 21 november 2006