VOGELS VOEREN IN DE WINTER

Vogels moeten onder alle weersomstandigheden hun kostje in de buitenlucht bij elkaar zien te scharrelen. Bij strenge vorst en sneeuw hebben de in ons land overwinterende vogels een dubbel probleem. Om hun lichaamstemperatuur op peil te houden hebben ze extra voedsel nodig. Maar de mogelijkheden om aan voedsel te komen zijn juist nu sterk beperkt. Onder deze omstandigheden kunt u de vogels helpen door als goede gastvrouw of -heer voor bijvoedering te zorgen. Ook de tuin kan veel extra wintervoedsel voor de vogels leveren. Uw gastvrijheid wordt zeker gewaardeerd want vogels zijn dankbare gasten.

De tuin

'Vogelvriendelijk tuinieren' is een natuurlijke manier om vogels de winter door te helpen. Met variatie in de beplanting, een vijver of drinkbak, een beschut hoekje van bijvoorbeeld stenen en een stukje wildernis is al snel een voedselrijk vogelparadijs gecreërd. Besdragende bomen en heesters en een wild appelboompje bieden een voedselreserve voor perioden met vorst en sneeuw, terwijl groenblijvende heesters ideaal zijn als beschutte slaapplaats. Ook bij het tuinonderhoud kan rekening worden gehouden met de wintergasten. Door wat minder te doen en wat meer te laten, vinden de vogels in herfst en winter meer voedsel in de tuin. Rottende bladeren op het gazon en onder de struiken bieden een uitstekende plaats aan allerlei bodemdiertjes. Met dode takken en afgesnoeid hout kan een vogelparadijsje worden gemaakt door er een takkenhoop van te maken. Er komen allerlei insekten op af waar veel kleine vogels van profiteren en het is een uitstekende schuil- en slaapplaats. In het voorjaar bieden takkenbossen weer een ideale nestgelegenheid. Het is bijzonder 'vogelvriendelijk' om uitgebloeide bloemen en planten te laten staan. zodat vogels op de zaden en op de kleine insekten afkomen. Barmsijzen en sijsjes zijn uiterst behendig bij het foerageren in de elzenbosjes, en weten goed raad met de gevallen elzeproppen op de grond. Tijdens de naderende herfst bereiden de vogels zich al voor op de winterperiode. Met zaden en bessen die rijpen, proberen de vogels zo goed mogelijk hun vetreserves aan te vullen.

Voedertafels en voederhuisjes

Let er goed op dat de voederplekken onbereikbaar zijn voor katten. Voeren mag op bescheiden schaal vanaf november (bijv. zaden). Vogels wennen dan vast aan de plaats waar ze bij streng winterweer extra voedsel kunnen vinden. Echt bijvoeren is pas echt nodig als het vriest. Stop geleidelijk met voeren als sneeuw en ijs verdwenen zijn. De vogels kunnen dan weer voor zichzelf zorgen. Vanaf maart dient definitief met bijvoedering gestopt te worden. Het menu kunt u samenstellen aan de hand van de voederwijzer. Behalve voer op de voedertafel of in een voederhuisje kunt u ook vetbollen opgehangen. Mezen, maar ook mussen en spreeuwen zijn hier dol op. Vetbollen zijn te koop, maar ze zijn ook eenvoudig zelf te maken (zie recept). Ook ongebrande en ongezouten pinda's worden graag gegeten. Rijg ze aan een draad of doe ze in een netje. Verschillende soorten voedertafels en voederhuisjes zijn te koop bij de winkel van Vogelbescherming Nederland.

Recept Vetbollen·

Smelt drie pond ongezouten rundvet in een pan. Wacht tot het warm is, maar niet heet! Voeg daar al roerend een mengsel van 6 ons gebroken hennepzaad en maanzaad en 3 ons zonnepitten aan toe.Giet de warme brij in een vorm, bijvoorbeeld een blikje, een melkkarton of een theeglas. Leg daarin, voordat de brij stolt, een stevige katoenen draad die ruim uitsteekt. Zodra de massa hard is geworden, kunnen de bollen buiten aan de draad worden opgehangen. Soms is de vetbol moeilijk uit de vorm los te krijgen. Een melkkarton kan rondom worden afgescheurd; houd een theeglas of blik even in heet water, de vetbol komt dan gemakkelijk los. Uiteraard kunnen naar eigen inzicht ook kleinere hoeveelheden worden gebruikt.

 

Tips voor het voeren

Voeren mag op bescheiden schaal vanaf november (bijv. zaden), maar is pas echt nodig als het vriest. Stop geleidelijk met voeren als sneeuw en ijs verdwenen zijn. De vogels kunnen dan weer voor zichzelf zorgen. Vanaf maart dient definitief met bijvoedering gestopt te worden.

Speciaal samengesteld wintervoer voor vogels is verkrijgbaar bij de winkel van Vogelbescherming Nederland, dierenspeciaalzaken en de supermarkt. Voer niet teveel tegelijk en liefst 's morgens, na het aanbreken van de dag of tegen het einde van de middag. Overdadig voeren trekt muizen en ratten aan. Maak de voedertafel regelmatig schoon met heet water en een borstel. Dit voorkomt besmetting via de uitwerpselen en bacteriën (o.a. salmonella).

Voer nooit in de tijd dat er jonge vogels zijn. Zij kunnen het voer meestal niet verteren en gaan er dood aan. Bovendien is het wintervoer te eenzijdig voor jonge vogels.

 

Voederwijzer

De onderstaande voederwijzer geeft informatie over het voer dat voor de verschillende vogelsoorten geschikt is.

o Merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster en spreeuw

Voerplaats: op de grond sneeuwvrij een open plek maar met een beschutte vluchtplaats in de buurt.

Voedsel: brood gewelde krenten en rozijnen kaaskorsten zonder plastic; rot fruit; fijngesneden schillen; klokhuizen, alle soorten bessen, etensresten (rijst, aardappels; zonder zout)

 

o Koolmees, pimpelmees, kuifmees, zwarte mees en staartmees

Voerplaats: voedertafel, voederhuisje.

Voedsel: vetbollen, slingers ongebrande, ongezouten pinda's, halve kokosnoot, vogelzaad/zonnepitten.

 

o Huismus, ringmus, vink en groenling

Voerplaats: op de grond, evt. voedertafel.

Voedsel: bruin brood, onkruidzaden, gemengd (strooi)zaad, etensresten (zonder zout), zonnepitten.

 

o Winterkoning, heggemus en roodborst

Voerplaats: op de grond sneeuwvrij zeer beschut onder heggen/struiken.

Voedsel: universeelvoer, meelwormen broodkruimels, maden/larven, ongekookte havermout.

 

o Specht, boomklever en boomkruiper.

Voerplaats: vastgemaakt aan boomstam achterin de tuin, rustige plek .

Voedsel: spekzwoerd ongebrande, ongezouten pinda's/noten vetbollen zonnepitten kaaskorst zonder plastic.

 

Water

Bij sneeuw is het niet nodig voor water te zorgen. De vogels komen dan aan vocht door van de sneeuw te pikken. Als water in vijvers en sloten bevroren is, vergruis dan een paar ijsblokjes met een hamer en plaats het buiten in een bakje. Zorg dat water altijd zo is afgedekt (bijvoorbeeld met gaas) dat vogels er in de winter niet in kunnen baden (bevriezingsgevaar).

Let op!

Geef nooit voer waarin zout is verwerkt.

Voer nooit margarine (dat werkt laxerend!).

Geef kaasresten zonder korst.

Geef voedsel dat gemakkelijk bevriest, zoals appel, niet in klein gesneden stukjes maar als één geheel.

Laat het voeren van roofvogels, uilen en watervogels over aan specialisten.

Zieke en verzwakte vogels kunt u het beste naar een vogelasiel in de buurt brengen.

Houd uw kat zoveel mogelijk binnenshuis. Bind een kat die toch af en toe buiten komt een belletje aan. Vogels worden zo gewaarschuwd voor dreigend gevaar.

Verstoor de vogels in het buitengebied niet. Verstoring kost ze onnodig veel energie.

 

Bovenstaande informatie is afkomstig van Vogelbescherming Nederland